Rond de 10de dag van elke maand, kon je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks: ‘Ik zoek een boek’. In deze reeks ging ik gedurende acht maanden op zoek naar iemands favoriete boek. Schrijvers, illustratoren, muzikanten, maar ook een professor in de psychologie, een kok,… ze bezorgden mij allemaal een lijst(je) van hun favoriete boeken. Bovendien kreeg ik vaak spontaan een kant-en klare mooi geschreven tekst erbij, met daarin hun uitverkoren titels verwerkt, waarvoor dank je wel!

In de maand januari sloot ik met de favoriete boeken van muzikant en schrijver Gerry De Mol mijn boekenreeks af. In de komende weken denk ik na over een nieuwe leuke reeks, die jullie (hopelijk) met z’n allen opnieuw kan boeien! Maar graag geef ik eerst nog een overzichtje van de teksten, boeken of bedenkingen, die mij zijn bijgebleven uit de afgelopen boekenreeks.

Auteur Stefan Boonen vertelde mij vol overgave over ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer, een boek over het kweken en telen op grote schaal. Een malse biefstuk met frietjes en een slaatje is sindsdien niet meer echt aan mij besteed… Dus van harte dank, Stefan… 😉

Tinne Debruijne verbaasde mij met haar ongelooflijk knap werk als keramiste. Haar realisaties in zo’n korte tijd, haar tentoonstellingen en ideeën zijn op z’n minst indrukwekkend!

Professor psychologie Rik Willemaers wees me op één van de grootste schrijvers ooit: William Shakespeare. Waren we dit stukje geschiedenis met z’n allen niet zo’n beetje vergeten?

Illustrator Luke Séguin-Magee nam me mee in zijn virtuele wereld, Tinkatolli genaamd. Deze thuisbasis van de Tinkas heeft me enorm gefascineerd. Heel boeiend om te ontdekken hoeveel creativiteit er in iemand kan schuilen!

Hobbykok Inge Dries deed me, via het boek ‘The French Laundry’ van Thomas Keller, belanden op de website van het gelijknamige sterrenrestaurant in California. Pure klasse!

Stijn Moekaars en Gerry De Mol stuurden mij allebei een prachtig geschreven tekst, die ik integraal op mijn blog poste. Stijn vertelde over zijn favoriete titels, afgewisseld met stukjes tekst en poëzie. Warm en bijzonder fijn om te lezen! Gerry vatte de zoektocht naar zijn favoriete boek heel origineel op. Hij schreef over zijn favoriete lectuur op de meest uiteenlopende plaatsen: zwembad, toilet, hangmat, zetel,… Leuk idee!

Een heel grote dank je wel aan iedereen die meewerkte aan mijn boekenreeks!

Advertenties

Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van muzikant en schrijver Gerry De Mol.

Schrijven, een boekje, een liedje, een gedicht of een theaterstuk. Componeren, zingen, in groep of solo, cd’s opnemen, optreden, of simpelweg genieten van melodieën… Gerry De Mol doet het allemaal! Ik vind het moeilijk om altijd te volgen en te weten waar hij allemaal aan werkt (neem snel een kijkje op zijn website!). Maar wanneer er dan een project af is, ben ik altijd behoorlijk onder de indruk! Zoals het recente theaterstuk ‘Ribbedebie’, wat hij, samen met radiomaker Pat Donnez, schreef en waarin hij ook zelf acteerde samen met Pat, of de superleuke liedjesteksten van onder andere het project Vreemde Vogels in Meeuwen-Gruitrode. Of zijn verwoording van het favoriete boek…

Tsja Petra,  Beste boek? Liefste Boek? Dat van gisteren? Van morgen misschien?  Dat van drie minuten geleden of van straks? Mijn beste boek hangt af heel erg af van het moment, merk ik, nu je me deze vervelend knagende vraag hebt gesteld.  Het hangt af van de dag, het jaar, het tijdstip op de dag, waar ik ben en of ik al dan niet goed geslapen heb, of mijn ogen wel open zijn en of ik de worteltjes lustte.  De lichtinval en de netheid van mijn brillenglazen. En eigenlijk ligt het ook niet aan mij, het ligt aan hen. Het zijn zij die hun moment kiezen om open te vallen en zich wijdblaads aan te dienen.

Sommige boeken trekken zich terug als het licht wordt, ze worden bescheiden, ze kruipen in een hoekje weg bij warm weer of douchen zich net graag in de tuin als het regent. Sommige leven in de kelder, op het toilet of steken hun kop alleen naar buiten op de trein.  Sommigen koesteren zich in een winterzonnetje, anderen laten zich alleen bij een klaterende beek lezen. Vandaar dat mijn favoriete boek wisselt met waar en wanneer en hoe ik ben.  Het is hun fout, en als ik naar een onbewoond eiland migreer (wat dus niet kan), zal een bibliotheek me nazwemmen, denk ik… hoop ik.  Dus, sorry Petra, mijn favoriete boek is een lijst.  Een lijst van ecosystemen en omstandigheden waarin die boeken zich opdringen.

In Bad.

De Bommelstrips van Marten Toonder zijn mijn badliteratuur, zoals mijn goede vader altijd zei. Niet te groot, sleept niet in het badschuim. Mooie tekeningen, nog mooiere taal die ons Nederlands sterk heeft beïnvloed en verhalen met een onderwerp.  Ik koop ze tegenwoordig voor een halve euro voor drie verhalen op rommelmarkten en bibliotheekopruimingen.  Favorieten heb ik niet echt, maar de Bovenbazen en de Zwelbasten komen regelmatig terug.

Op Toilet.

Ik probeer een poëziebibliotheek te hebben op toilet. Laatste ontdekking: verzameld werk van Esther Jansma. Ook een favoriet op toilet is Franse filofosie; Mythologies  van Roland Barthes heeft de juiste  vorm (korte stukjes) en nu ligt al een tijdje  het gedateerde maar in alinea’s te proeven La Société du Spectacle van Guy Debord. The Creation Memo’s past daar ook, de creatie door God in businessmemo’s, hilarische literatuur.

In de hangmat.

Zomertijd voor de langere adem. Bijna alles van Jose Saramago.  Maar ik heb bijzonder genoten van  Alle Namen. Een boek over een archivaris die uit zijn rol valt en wiens personenarchief plots persoonlijk wordt, hij verdwaalt ook nog eens op een kerkhof, het archief van lichamen dat we als gemeenschap aanleggen naast het archief van onze namen.  Met vogeltjes op de achtergrond.

Nachtkastje

Weer poëzie. Pessoa is een constante, soms J.C. Bloem, al eens Nijhoff of  Stefan Hertmans en Peter Verhelst, Drummond de Andrade of De Coninck. Op dit moment echter Sport als Levenskunst van filosoof Marc Vandenbossche over onze lijfelijkheid, Marc zijn boeken hebben steeds een impact op je denken over hoe je zelf bent. Misschien omdat we elkaar kennen en heel wat gemeenschappelijke trekjes hebben.   Maar bovenal woont op de nachtkast al bijna een half leven: Het Boek der Rusteloosheid van Fernando Pessoa. Grootsheid in kleine hoekjes, de mijmeringen van een klerk in de binnenstad van mijn lievelingsstad Lissabon.

In de zetel

Wat heb ik in de zetel waarin ik nu zit al niet gelezen waar ik in kon wonen: Russen (Oblomow van Ivan Gontcharow, Dode Zielen van Gogol,…..), Amerikanen (onlangs Don Delillo ontdekt  met plezier, maar ook John Irving),  Portugezen ( Antonio Lubes Antunes niet vergeten) Duitsers (Arthur Koestler!) en (toegegeven) weinig Nederlandstaligen (ok, ik ben van de generatie die Boon en Elsschot koesteren).

Altijd opnieuw overal

Gulliver’s Reizen van Jonathan Swift lees ik nu al  dertig jaar altijd opnieuw. Het is een genadeloze satirische kijk op de mensheid, zijn hebbelijkheden en hoe de mens aan politiek doet, heel herkenbaar. Ik ben steeds meer van en over Swift gaan lezen, een wel heel boeiende man.  Ik heb een muziektheaterproject op stapel staan over/met Swift en enkele van zijn geschriften, maar de culturele hakbijl lijkt dat embryootje te gaan aborteren.

Denkend  op de trein (en overal een beetje)

De laatste jaren heb ik met plezier de wereldbeelden van de Brits-Poolse socioloog en filosoof Zygmunt Baumann tot me genomen. Zijn analyses bieden een denkkader van waaruit je de maatschappij en ons tijdgewricht kan begrijpen en analyseren. Baumann ontgoochelt zelden, Wasted Lives is indrukwekkend.  Aanvullen met On Garbage, een filosofie van het afval en de rommel, door John Scanlan.

De leerstoel

Altijd weer bijleren. Ik wil me wel eens en aan leesbaar wetenschappelijk boek wagen. De Vis in Ons van Neil Shubin is revelerend over ons zelfbeeld en vanwaar we als mens komen.  Mapping Paradis is een prachtig werk over hoe we in de middeleeuwen op zoek gingen naar de geografische plek waar het Aardse Paradijs zou gelegen hebben van Alessandro Scaf.   Een kleine Geschiedenis van de Vooruitgang van Ronald Wright is ook aanbevolen, over hoe we eerder al het Midden Oosten tot een woestijn maakten, hoe de Grieken erin slaagden dat tegen te gaan bij hen, over Paaseiland en eerdere rampen. En dan neem ik graag De Encyclopedie van de Domheid van Matthijs van Boxel erbij, over hoe ons slimheid eigenlijk alleen maar is ontstaan om niet ten onder te gaan aan onze domheid.

Zwembad en overal elders

Komen we toch bij een van mijn meer all time favoriete boeken, ooit op enkele dagen uitgelezen aan en Andaloesisch zwembad, vandaar de associatie. Gehuild en gelachen, geïntrigeerd en genoten van  The Time Of Our Singing (Het zingen van de tijd) van Richard Powers.  Een geniaal en ontroerend boek van Powers, wiens overige werk overigens ook een zeer hoog niveau haalt.  Het is het verhaal van een Joods-Zwarte familie in de VS die worstelt met haar identiteit, ook muzikaal. Er duiken hevige gewetensproblemen op en alles staat in het kader van een aantal grote gebeurtenissen in de rassengeschiedenis van de VS. Maar bovenal is het een menselijk familieverhaal waarin muziek een grote rol speelt.  Zijn laatste, Generosity is van gelijkaardig allooi, grote thema’s door een verhaal waarin de wereld binnenkomt op kleine momenten met grote gevolgen.

Het boek zonder einde

Al deze vorige boeken heb  ik uitgelezen. Sommige boeken kan je niet uitlezen, zoals het volledige werk van Kafka (omdat niks is afgewerkt) en of die Proust ( à la recherche du temps perdu) die hier achtdelig nog staat te wachten op meer tijd.  Het boek waarin ik al langst aan het lezen ben – letterlijk 30 jaar – is De Man Zonder Eigenschappen van Robert Musil.  Ik begon er in het Engels aan toen ik nog alle opmerkelijke zinnen in een boek wou onderstrepen om er achteraf van te kunnen proeven. Na 30 pagina’s leek het me beter het tegenovergestelde te doen, dan zouden minder lijnen in mijn exemplaar opduiken. Musil is een constante geworden. Je lees al eens een paar honderd pagina’s, en dan opnieuw,  en opnieuw, en nog eens, er zijn pagina’s en alinea’s die ik allicht al honderd keer heb hernomen.  Ook dit boek is nooit afgewerkt, zoals het leven zelve, ook al telt het 1400 pagina’s.  Soms nemen de zinnen je mee, soms zijn het de gedachtegangen of de observaties, altijd is er iets dat je meetrekt buiten het boek, naast de pagina’s, om over na te denken, parallellen mee te zoeken, om te herkennen en op te merken rondom jou. En zo geraak je niet verder.  Het is een levensgezel geworden zoals Gulliver.

Het zijn ook smeerlapjes, die boeken, ze laten je nooit met rust.  Soms ben ik in 5 tegelijk bezig, allemaal hùn fout. Opdringerige veelboekerij!, mij moet je het niet leren.  En ze moeten ook zichtbaar zijn, in de kast bewaar ik dan eigenlijk de  tijd die de auteurs erin hebben gestoken om ze te bedenken en te schrijven of te illustreren. Het zijn mensenlevens, wereldbeelden en deuren die open en dicht kunnen – tsja, een beetje fetisjisme is me kennelijk niet vreemd. Fuck de Ipad !…  tiens, zou daar al een applicatie voor bestaan?


Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van schrijver Stijn Moekaars.

Stijn Moekaars werd geboren in Bilzen op 10 december 1964. Als oudste zoon van zeven kinderen groeide hij op in het Demerstadje, waar hij kunst en cultuur met de paplepel naar binnen kreeg.

Hij studeerde orthopedagogie en voor onderwijzer. Hij werkte mee aan het tv-programma ‘De Boomhut’, verschillende musicals en radiouitzendingen. Voor het theaterprogramma ‘Ongehoord’ met o.a. Ann Swartenbroeckx en Willy Appermont verzorgde hij het muzikale gitaardeel. Op dit moment speelt hij een eigen muziektheatervoorstelling ‘Wals van de Walvis’, samen met zijn neef Ruben Appermont. Ook werd dit jaar het totaalspectakel ‘Mystico’ in het kasteel van Alden Biesen uitgevoerd. In samenwerking met de koninklijke harmonie van Rijkhoven en de theaterklas van Johan Luyckx (docent Woord in Lanaken, Lemmensinstituut Leuven) schreef hij het verhaal/theatergedeelte.

Stijn geeft met veel plezier les in de vijfde klas van de Martinusschool van Bilzen.

In 1996 verscheen zijn eerste boek ‘Beer en Bij’, een filosofische verhalenbundel met dertig verhalen. Het tiende boek is in maart 2005 van de pers gerold. Dit jaar verschenen twee ‘onthaalboekjes’, die hij schreef in samenwerking met het Virga Jesse Ziekenhuis te Hasselt. Hiermee wordt geprobeerd om de drempel naar een ziekenhuisopname voor kinderen te verlagen.

Vanuit zijn boeken groeiden vertelsessies in bibliotheken en scholen. Tijdens zijn lezingen in bibliotheken en scholen gebruikt Stijn zijn verhalen en poëzie, maar ook van gitaarmuziek en interactief theater. En zoals een kind het verwoordde: ‘Ik word er helemaal vrolijk van’. Zo maakt hij van de lezingen een echt luister-en leesfeest.

Stijn stuurt mij, als antwoord op mijn vraag naar zijn favoriete boek, een lange, maar heel leuk geschreven tekst door. Hierin stelt hij zijn selectie van boeken voor, afgewisseld met tekstfragmenten en zelfs een gedichtje. Heel mooi, heel echt. Dus neem even de tijd en lees met mij mee. Het favoriete boek van Stijn Moekaars.

Een boek moet je ruiken, voelen, lezen en zo toelaten, binnen in je zelf. Op die manier heb ik heel wat boeken leren kennen. Dat ging van strips, tot bladeren door de encyclopedie, die bij mijn ouders thuis op de boekenplank stond. Van kinderboekjes tot stevige romans en filosofische beschouwingen heb ik gelezen. Al heel snel had ik door, dat in boeken schatten waren te vinden. Je mocht zelf op schattenjacht gaan. Zo zijn er toch een aantal van die ‘schatten’ die  onder mijn huid zijn blijven zitten. Meer zelfs, er zijn boeken die een grote invloed hebben gehad en mij zelfs hebben aangezet om eigen boeken te gaan schrijven. Het zijn boeken die  iets met mij hebben gedaan. Met veel plezier wil ik ze met jullie delen.

Toon Tellegen

Voor mij was (en is) Toon Tellegen het grote voorbeeld om zelf te gaan schrijven. Ik heb hem ooit ontmoet tijdens een voorleessessie in een Hasseltse boekenwinkel. Een rijzige, grijzende Nederlander met warme fonkelogen en een stem van honing. Hij las voor uit verschillende, eigen boeken. Ik dronk de woorden met volle teugen naar binnen. Later ben ik schoorvoetend een handtekening gaan vragen (ik heb ze nog!) en hadden we een korte babbel. Ik vertelde van mijn eerste schrijfsels en hij zei: ‘Als je er in gelooft, komt het uit.’ Hij had gelijk. Een droom die uitkomt en een boek dat uitkomt waar je je eigen schatten kan delen met anderen.

Een prachtig boek van hem waar ik steeds weer met verwondering in lees, is het boek:

‘Brieven aan Doornroosje’

Doornroosje slaapt 100 jaar lang. De prins besluit in het 99e jaar op weg te gaan naar haar kasteel. Hij weet niet waar haar kasteel ligt, hij weet ook niet waarom hij haar wakker wil kussen en ook niet wat hem dan te wachten staat als zij wakker wordt. Tijdens zijn zoektocht schrijft hij elke dag een brief. Doornroosje kan de brieven nog niet lezen, maar hij heeft het volste vertrouwen dat het ooit zal lukken.

Tellegen maakt van dit overbekende sprookje een totaal nieuw dagboeksprookje. De brieven vertellen over het leven, over verlangen en bereiken wat je wil bereiken. En natuurlijk gaat het over de liefde.

Op 22 december schrijft de prins:

Doornroosje,

De wind is gaan liggen, maar het is nog steeds donker en ik durf nog steeds geen voet te verzetten.

Ik houd mijn adem in.

Nu zou ik je moeten horen. Als je tenminste dichtbij me bent. Ik hoor niets.

En toch ben je er

Waarom ik dat weet? Omdat ik dat weet!

… En heel misschien, wie weet, kan ik je ook wel een eeuwigheid kussen.

P.

Lieva Willems: Pol de muis is bang, en dat is heel gewoon.

Heel wat jaren geleden, nam mijn oom mij mee naar de Antwerpse boekenbeurs. Als jonge tiener wandelde ik tussen de verschillende stands. De geur van boeken bedwelmde mij haast. De schatkamer van Vlaanderen was geopend en ik mocht er in verdwalen. Tijdens die prille ontdekkingstochten kocht ik een prachtboekje van Lieva Willems: ‘Pol de muis is bang, en dat is heel gewoon.’

Deze eerste uitgave van 1980 was in verschillende opzichten bijzonder. Niet alleen de vorm viel op, nl. een langwerpig boekje, maar ook de tekeningen spraken mij aan. Zwart-wit, groot en ruw met geschreven tekst er tussenin. Als Pol de muis riep, dan zag je dat ook aan de tekst. Woorden die over het hele blad stonden gedrukt en in een hoekje een bange muis. Op internet ontdekte ik dat er een nieuwe uitgave was gemaakt. Een andere vorm en nu met aquarelprenten. Ik weet niet of dat echt nodig is, maar de inhoud blijft na al die jaren nog steeds enorm sterk.

Pol de muis vertelt aan een kind, dat hij van alles erg bang is. Het kind tekent de antwoorden op een tekenblok. Als het kind de muis laat schrikken, ploft de muis van woede, maar vooral van angst. Pol tekent wat hij zou willen. Hij wil zo graag dat iemand zijn angst begrijpt. Het kind laat zien dat het ook wel eens bang is. Bang zijn mag en is heel normaal

Nadat ik het boekje had gelezen, was ik nog steeds bang dat er iemand onder mijn bed zat of dat er iemand naar mijn benen zou grabbelen als ik op de keldertrap liep. Maar ik wist dat het mocht. Ik mocht bang zijn, en dat was heel gewoon. Het boekje staat op school, in mijn klas. Ik weet dat er kinderen zijn die het lezen. En ik weet dat het werkt, ook voor hun!

Joke Van Leeuwen

De humor, de onvoorstelbare fantasie, de rijkdom in taal, de prachtige tekeningen en nog zo veel meer, maken van Joke van Leeuwen een auteur om U tegen te zeggen. Ze schrijft boeken en poëzie, zowel voor volwassenen als voor kinderen. Daarnaast is ze illustrator en cabaretière en treedt regelmatig op met Mario Paric en ook met haar vaste begeleidster, de pianiste Caroline Deutman.

Het is juist die combinatie, die mij enorm aanspreekt: het spelen met taal, een vorm kneden van woorden en teksten, in muziek en theater. Zij kan het allemaal.

Haar boek ‘Iep’ heb ik onlangs nog een keertje herlezen.  Op de achterkant van het boek staat een ‘teaser’. Als je deze hebt gelezen, wil je het weten. Wie is dat wezentje? Wie is Iep?

Op een dag ziet Warre onder een struik iets vreemds liggen. Hij weet niet of het een vogel is in de vorm van een meisje, of een meisje in de vorm van een vogel. Hij neemt het wezentje mee naar huis. Zijn vrouw Tine wil het houden, alsof het haar eigen kind is. Maar het heeft vleugels…

Of wat denk je van dit prachtgedichtje:


Lijmen


Ik had drie beestjes,

drie beestjes van steen.

Een vogeltje.

Een veulentje.

Een varkentje.


Ze zijn gevallen.

Ze braken stuk.

Ik heb ze gelijmd.

’t Is bijna gelukt.


Ik heb drie beestjes,

drie beestjes van steen.

Een volentje.

Een veukentje.

Een vargeltje.


Naast de kinderboeken heb ik een aantal ‘volwassen schatten’ op mijn boekenplank staan. Een aantal schrijvers blijven mij mateloos boeien, omdat hun boeken je doen nadenken over het leven, over anders-denken, over zingeving, over grote en kleine thema’s uit het leven, over dagdagelijkse dingen, over liefde, dood, geboren worden,…

Ik laat mijn ogen glijden over die boekenplank, en deel enkele boeken met jullie:

*

Een klein boekje dat ik erg koester is ‘Wit is altijd schoon’ van Leo Pleysier. Dit boekje dompelt je onder in een spraakwaterval van een oude moeder. De zoon probeert zijn gecompliceerde gevoelens vorm te geven bij het overlijden van zijn moeder. Het boekje ontroert, neemt je mee doorheen een prachtig en warm portret van de moeder waar rouw, afkomst en taal centraal staan.  Een aanrader!

*

‘IM’ van Connie Palmen heeft me bij de keel gegrepen, omdat haar schrijverstalent ten volle tot uiting komt in deze mix van realiteit en roman, van werkelijkheid en fictie, autobiografie of semi-autobiografie. Je mag het zelf kiezen welke richting je uit wilt gaan met de schrijfster.  I.M mag Ischa Meijer, In Margine of zelfs In Memoriam zijn.

Enkele mini-mijpaaltjes uit het boek:

‘Ik kom pas tot rust als ik bij hem ben.’

‘Hij wacht op mij in een huis dat altijd warm is., waar de muziek van Adamo klinkt en waar het geurt naar soep.’

‘Ik ben bang om van iemand te houden.’

‘Vanaf de eerste zin van I.M. ben ik bang voor de laatste.’ Connie Palmen wist dat ze Ischa niet meer terug kon krijgen, maar zolang ze aan I.M. bezig was leefde hij voort op papier. Zodra het boek af was heeft ze ook definitief afscheid van hem genomen.

De geboortedag van Ischa is ook zijn sterfdag geworden. De cirkel is rond.

Andere pareltjes van Palmen: ‘De wetten’, ‘De vriendschap’

*

Benoite Groult: ‘Zout op mijn huid’

Een prachtig liefdesverhaal tussen Georges, een intellectuele Parisienne en een Bretonse visser, dat een leven lang duurt. Georges en Gauvain komen samen over de hele wereld, verlangend naar elkaar. Hun passie blijft doorleven. De onmogelijkheid van een genormaliseerde relatie en juist daardoor niet zonder elkaar kunnen, lijken een rode draad doorheen het boek.  Het letterlijke zout op hun huid, geeft smaak aan hun relatie en leven.

De film wilde ik niet zien, omdat er tussen de regels in van het boek, zoveel te lezen valt. De magie van het boek wil ik houden met mijn eigen beelden en verbeelding.

Enkele passages uit het boek om je aan te zetten het te willen lezen:

“Alleen Gauvain werkte met ontbloot bovenlijf. Staand boven op een kar, sneed hij met een haal van zijn sikkel de strooien band om de schoven door, stak ze aan zijn hooivork en wierp ze met een beweging die ik majesteitelijk vond op de lopende band waar ze schuddend neerdaalden. Hij glansde in de zon van het zweet, mooi jong zweet, tussen de blonde tarwe die om hem heen stoof, en zijn spieren speelden zonder ophouden onder zijn huid, net als de bilpartij van de twee sterke paarden die hem geregeld een nieuwe lading schoven brachten.”

“Het regende en de wind kwam uit het zuidwesten, zoals hij dat zo vaak gehoord moet hebben. Hij zou geen andere muziek hebben gekozen. Ik tastte onder mijn regenjas naar de ketting, het anker en de hanger waarop ik niets zou laten graveren. Er was niets afgelopen. “

*

Volgende maand in mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’: Muziek-en theatermaker Gerry De Mol.

Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van gepassioneerd hobbykok én schrijfster van de foodblog Culinair Atelier Inge Dries.

Inge Dries is een gepassioneerd hobbykok. Zowel in haar eigen keuken als in haar kookatelier, houdt ze ervan om nieuwe gerechten uit te proberen en bestaande gerechten te herwerken. De kooklessen en workshops die ze geeft in haar kookatelier in Genk zijn razend populair en haar foodblog Culinair Atelier werd in 2009 uitgeroepen tot beste foodblog van Vlaanderen.

Zoals ik had verwacht, vertelt Inge mij dat haar bibliotheek voor 70 procent uit kookboeken bestaat. Mooi geïllustreerde boeken van gerenomeerde chefs houden haar avonden zoet en leveren haar een een onuitputtelijke bron van inspiratie. Haar favoriete kook/kijkboek is ‘The French Laundry’ van Thomas Keller. Nieuwsgierig zocht ik in Google deze titel op. De eerste link die op mijn scherm tevoorschijn kwam, leidde naar de website van het restaurant ‘The French Laundry’ in California. Dit drie-sterren restaurant staat onder leiding van topchef Thomas Keller, tevens de auteur achter het gelijknamige boek. Voor iedereen die van perfectie houdt: kijk even op de website van ‘The French Laundry’! Ik kan me heel goed voorstellen dat voor een hobbykok als Inge, deze keuken en bijgevolg ook dit boek een bron van inspiratie kunnen zijn.

Op mijn vraag naar haar favoriete boek, vertelt Inge mij ook over enkele noemenswaardige romans uit haar boekenkast.

Als ik de kookboeken even terzijde laat, is het vooral het werk van Gabriël Garcia Marquez dat mijn bibliotheek overheerst. Hij is een meester verteller en het zijn vooral ‘100 jaar eenzaamheid’ en ‘Liefde ten tijden van cholera, die ik kan aanbevelen. Het zijn eigenlijk sprookjes voor volwassenen. Net als de boeken van Isabel Allende, die eveneens in aanzienlijke getale mijn schappen vullen.  In mindere mate is Roddy Doyle, een andere favoriete auteur, aanwezig. Zijn boeken zijn van een totaal ander genre, eerder tragikomisch. U zag misschien de verfilmingen ‘The commitments’ en ‘The Van’. Toch is het niet een boek van hun hand, dat mij het meest is bijgebleven.

Pakweg een jaar of tien geleden las ik ‘De stad der blinden’ van José Saramago. Een zeer aangrijpend boek, dat in 1998 de Nobelprijs literatuur won. Het is een fascinerend verhaal over een stad die door een epidemie blind wordt. De schrijver neemt je o.a. mee naar een groep blinden die in quarantaine leeft. Uit angst voor nog meer besmetting zijn ze zo goed als aan hun lot overgelaten. Soldaten houden buiten de wacht en ontsnapping wordt bekocht met de dood. De regering kondigt aan dat iedereen die zich op straat begeeft wordt neergeschoten. Er heerst chaos alom in de straten van Lissabon. U kunt zich wel voorstellen wat voor toestanden er ontstaan en in welke omstandigheden de mensen moeten leven. Hij beschrijft de onhygiënische condities waarin de blinden zich bevinden en wat een uitgehongerd mens allemaal doet om aan eten te geraken. Hoe alle normen en waarden vervagen en hoe de sterken overleven en de zwakken het onderspit delven.

Ik vond het zo bijzonder omdat Saramago erin slaagt om een denkbeeldig verhaal zo realistisch te beschrijven. Je tast met momenten, net als de personages, in het duister. Terwijl je op de momenten dat je de gruwelijkheid van de mensheid onder ogen krijgt, liever de ogen zou sluiten.

Volgende maand in mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’: Schrijver van grote en kleine verhalen, Stijn Moekaars.

Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van illustrator en grafisch vormgever Luke Séguin-Magee.

Grafisch vormgever Luke Séguin-Magee is afkomstig van Canada, woont in Zweden en werkt in Denemarken. Met als achtergrond zijn opleiding ‘Fine Arts’ aan de Nova Scotia College of Art and Design in Canada en ‘Multimedia Design’ in Daghøjskolen Nøddeknækkeren en zijn jarenlange ervaring met interactieve multimedia in Scandinavië, richtte hij, samen met Kevin McLean, de creatieve webstudio UOVO op in Kopenhagen. Zij zijn gespecialiseerd in het uitwerken van nieuwe media voor kinderen en staan aan de wieg van een totaal nieuwe virtuele wereld: Tinkatolli. Deze interactieve wereld bruist van ideeën, kleuren en knappe ontwerpen. Als thuisbasis van de Tinkas, stimuleert ze kinderen op een originele manier creatief en fantasierijk bezig te zijn. Neem zeker een kijkje op de website www.tinkatolli.com!

Luke is ongetwijfeld een bijzonder getalenteerd iemand, die overloopt van leuke, originele ideeën. Ik ken hem niet persoonlijk, maar zijn ontwerpen en illustraties verraden een niet te stuiten creativiteit. Op zijn weblog kan je onderduiken in zijn fantasiewereld, leuke teksten lezen en aparte ideeën bekijken. Het is echt de moeite waard! Klik hier voor de blog van Luke Séguin-Magee.

Enkele maanden geleden vroeg ik Luke naar zijn favoriete boek. En dit was zijn antwoord:

When I started thinking about this over the summer, I assumed that I didn’t actually have a favourite book, but that I rather had a “top ten” list of authors. I think I am the sort of person who likes a band, artist or author for the way they do what they do, not for one particular work. And so, I made this list: Ian Flemming, J.D. Salinger, Charles Bukowski, Martin Amis, Henry Miller, Milan Kundera, Paul Theroux, Eugene Ionesco, Sam Shepard, Graham Greene.

After doing that, and thinking about each author, and why I like them, one particular book came to mind. The book sparked my curiosity about writing, my penchant for books, bookstores and my interest in reading – “Travels With My Aunt” – was given to me by my aunt Margot. I think it is by Graham Greene, but I’m not certain.
I am very fond of my aunts- I have a lot of them. Margot is the smallest of them – the one closest in stature to my sister and myself, as children – and so always held a special place in my growing up. She was easy to relate to.

I am very fond of travelling, especially on trains – the book has both. That train went all over Europe, and was filled with small human stories (I think) and my Canadian schoolboy imagination daydreamed of one day being able to do the same; to travel and experience new countries and new stories. 

And now; I have.

The list is still good though.

De roman “Travels with My Aunt” werd geschreven door de Engelse auteur Graham Greene en werd uitgegeven in 1969. Dit boek vertelt het verhaal van een conservatieve gepensioneerde bankmanager Henry Pulling, die op een dag voor de allereerste keer zijn excentrieke tante Augusta ontmoet. Henry raakt geïntegreerd door zijn tante, gaat met haar mee op reis door Europa en ruilt hiermee zijn rustige en veilige bestaan in voor een wereld van reizen, avontuur en romantiek. Tijdens hun reis wordt voor Henry duidelijk dat de vrouw die hem grootbracht in feite zijn tante was, Augusta blijkt zijn echte moeder te zijn. “Travels with My Aunt” werd verfilmd in 1972.

Volgende maand in mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’: Inge Dries, schrijfster van de foodblog Culinair Atelier, in 2009 uitgeroepen tot beste foodblog van Vlaanderen.

Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van professor psychologie Rik Willemaers.

Psycholoog Rik Willemaers is een bijzonder iemand. Als jonge kerel studeerde hij psychologie aan de universiteit te Leuven, wat toen nog heel ongewoon was. Hij werd adviseur in een PMS-Rijkscentrum en daarna directeur van het toen nieuw opgerichte vormingscentrum voor het personeel van de PMS-Rijkscentra. Ondertussen doctoreerde hij en werd deeltijds docent in Leuven. Later werd hij tevens voltijds hoogleraar klinische psychologie en psychotherapie in Gent, waar hij zich in zijn dienst niet alleen beperkte tot gewoon lesgeven. Hij ontpopte zich daar tot een uniek therapeut, als essentieel onderdeel van de te geven opleiding. Hij bouwde er o.a. een specialisatie uit in het werken met kankerpatiënten. Hij praat met mensen en weet mensen te helpen en te overtuigen van hun eigen kracht.

Zelf geniet hij van kleine dingen, van de natuur, van kunst, van gezelligheid en warmte. Hij kan geboeid vertellen over ervaringen die hij, door de jaren heen, opdeed door zo nauw met studenten en mensen om te gaan, maar ook door te reizen, te lezen en te kijken met je ogen open.

Ik vond op de website van de Vlaamse Liga tegen Kanker een artikel over Rik Willemaers, dat echt de moeite loont om eens te lezen. Klik hier.

Ik was benieuwd naar Rik’s favoriete boek, omdat ik ervan overtuigd ben dat hij al ontzettend veel gelezen had. Allerlei genres, allerlei talen, allerlei onderwerpen,…Dit maakte de keuze voor hem natuurlijk niet gemakkelijk, maar met alle enthousiasme heeft hij toch enkele knopen doorgehakt. Hier volgt zijn antwoord op mijn vraag naar het favoriete boek:

Van  in mijn adolescentiejaren ben ik sterk geboeid door verschillende kunstvormen. Het is in de loop van mijn leven er niet beter op geworden, integendeel. Ik snuffel nog steeds naar nieuwe publicaties. Daarnaast grijp ik  regelmatig terug naar vroeger, zelfs naar complete uitgaven van bepaalde auteurs, die ik wellicht nooit allemaal zal gelezen krijgen, wat niet erg is. Er is zoveel onuitputtelijk voedsel voor mijn geest.

Sommige lijken goudmijnen, wellicht omdat ik daarin de onbeschrijflijke variatie vind van menselijke persoonlijkheden , relaties, belevingen, leefomstandigheden … En ook het denken over  het fascinerende en onbegrijpelijke van leven en niet leven, van de oneindige kosmos, wetend dat je toch niet  ‘Het Geheim’ kunt doorgronden. Ermee bezig zijn geeft echter het onwaarschijnlijke gevoel er korter bij te kunnen komen Weten dat er een niet-weten is of zal zijn is niet teleurstellend, integendeel.

Je wordt ook sterk bewust van het bestaan van wat Nassim Nicholas Taleb ‘zwarte zwanen’ noemt in zijn  boek: De Zwarte Zwaan. De impact van het hoogst onwaarschijnlijke. (Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam, 2009). Een zwarte zwaan is ‘een totaal onverwachte gebeurtenis, een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt omdat er in de tijd ervoor geen duidelijke aanwijzingen waren dat zoiets kon gebeuren… Het is een gebeurtenis met zeer grote gevolgen…Naderhand (niet vooraf) bedenken we er verklaringen voor,  die de gebeurtenis begrijpelijk en voorspelbaar maken…(p. 1-2).

Eigenlijk moet het voor u wellicht al duidelijk geworden zijn dat ik mijn liefste boek niet kan kiezen, want er zijn veel heel “lieve” boeken , waaruit ik er hier enkele kies.

Er zijn vooreerst: ‘The Canterbury Tales’,  geschreven in de 14e eeuw, het magnum opus  van Geoffrey Chaucer (1342/1343-1400).

Een aantal Engelse pelgrims vertrekken op bedevaart vanuit Londen naar Canterbury, samen met de herbergier uit een Londense pub. Hij nodigt elk van  hen uit tijdens de reis verhalen te vertellen. Degene die dit het beste doet,  krijgt een gratis maaltijd. Vooraf worden de deelnemers gedetailleerd beschreven. Ze hebben een zeer verschillende sociale en persoonlijke achtergrond, bijvoorbeeld: priores, zeeman, monnik, molenaar, timmerman , ridder, schildknaap, baljuw, handelaar in aflaten, de vrouw van Bath. Dit brengt mee dat Chaucer verschillende literaire stijlen en retorische vormen  kan aanwenden. Woordenschat van vertellers, taalgebruik is zeer verschillend. Een zelfde woord kan naargelang de sociale achtergrond een verschillende betekenis hebben. Er is dus een zeer gevarieerde reeks van reacties op elkaars verhalen.

Je kunt zelf de inhoud van elk verhaal lezen als je op Google bijvoorbeeld intikt: Leerlingen. com. The Canterbury Tales. Nederlandse vertaling. Samenvatting. Wie daarna dieper wil ingaan op o.a. de achtergrond, de bronnen, de analyse van de verhalen en dergelijke, vindt zijn gading op:  Wikipedia. Nederlands. The Canterbury Tales.

Deze verhalen werden in het Nederlands uitgegeven door:  Ambo, Amsterdam, 2e druk, 2004 (Vertaling Ernst Van Altema.). Je kunt het bij sommige Vlaamse Bibliotheken uitlenen. Een integrale versie van de Canterbury Tales in modern Engels (door R. L. Ecker en E.J. Crook) vindt je op internet.

Een andere auteur die me blijft fascineren is William Shakespeare, de grootste schrijver in de Engelse taal. Zijn toneelstukken (komedies, koningsdrama’s, tragedies) zijn vertaald in de meeste talen, worden bestudeerd en opnieuw geïnterpreteerd in verschillende culturen en worden nog altijd meer gespeeld dan van andere auteurs.Velen kennen zijn naam, maar hebben nooit kennis gemaakt met zijn werk, zijn leven.  We beschikken gelukkig in het Nederlands over de complete vertaling  van zijn 37 toneelstukken met een prachtige inleiding,  die zijn poëzierijke taal maximaal tot zijn recht laat komen. (W. Shakespeare, Verzameld Werk, vertaald door Willy Courteaux, Meulenhof/Manteau, 2007.

Ik spreek dan nog niet van zijn poëzie…

Over zijn leven, werken, toneelgenres vind je informatie op Google: Shakespeare. Wikipedia. Nederlands. Over elk toneelstuk vind je een uitgebreide informatie die je misschien kan verleiden om verder te gaan, misschien zelfs naar DVD’s met Nederlandse ondertiteling, bijvoorbeeld van Romeo en Juliet.

Een derde auteur die voor mij kortbij blijft is Herman Hesse, Nobelprijswinnaar.Gert J. Peelen schreef in 2009 over hem een artikel, met als titel: ‘De raadselachtige populariteit van Hermann Hesse’. Zijn Duitse uitgever gaf recent een sterk uitgebreide editie van zijn verzameld werk in  20 delen (de vorige telde12 delen). Bij De Bezige Bij vindt je  verschillende boeken van hem in vertaling. Drie voor mij intrigerende  werken zijn Siddhartha, Narziss en Goldmund, en Het Kralenpel- poging tot een levensbeschrijving van Magister Ludi Josef Knecht. Dit laatste is zijn magnum opus. Siddhartha komt als Bramanenzoon in opstand tegen de tradities van zijn vader en verlaat zijn tehuis om zijn ware ik te zoeken. Hij mediteert, vast, wordt bedelmonnik, probeert rust te vinden in het volgen van de  Boeddha, raakt ontgoocheld,  gaat op in een rijk leven, heeft een relatie met een courtisane, maar geeft alles weer op en wordt weer bedelaar.

Narziss en Goldmund is een pseudomiddeleeuws verhaal ….

Het Kralenspel beschrijft het leven van Knecht die uitgekozen werd door zijn muziekleraar om te leven in een utopische intellectuele, elitaire  gemeenschap die gericht is op muziek en wiskunde. Hij wordt door de Magister Ludi als opvolger uitgekozen, als meester van het kralenspel. Na tien jaar verlaat hij deze functie om eenvoudiger en vol menselijkheid te gaan leven maar verdrinkt dan in het proberen redden van een kind..

Een heel andere wereld om in te vertoeven is misschien het boek van Toon Tellegen: Misschien wisten zij alles. Alle verhalen over de eekhoorn en de andere dieren (Uitg. Querido). Een kinderboek ook voor volwassenen;

Uit een bespreking van Hans Goedkoop: ‘Ze vertellen van een eekhoorn en zijn mededieren in een dierenbos, die aangename dagen maken. Ze slapen, kijken naar de wolken, eten beukenootjestaart en honing, kopen als het nodig is een hoedje voor de kou en vieren om de haverklap een feest dat als het grootste aller tijden aangekondigd wordt Voor de eekhoorn is vaak raadselachtig wat op een feestje valt te vieren…Men eet, men danst, men gaat zijns weegs…Hij heeft geen flauw idee van tijd…Zalig is zijn onschuld…Hij heeft geen geheugen…Zo tekent Tellegen een wereld die vrij is van benauwenis, waar alles met verwachting tegemoet gezien kan worden omdat niets beslissend is en elke zijweg dus een invitatie lijkt om even in te lopen, zomaar, zonder doel. De wereld misschien wel van de jongen die Tellegen was…’

En zo kun je dus ook verder gaan, of terug gaan,  naar de sprookjes van Grimm, Andersen, Duizend en één nacht…Wie leest daarin nog? Hoeveel mensen? En jij?

Volgende maand in mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’: illustrator Luke Sèguin-Magee

Rond de 10de dag van elke maand kan je op deze blog een stukje lezen uit mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’. Een reeks waarin ik op zoek ga naar iemands favoriete boek.

Deze maand in ‘Ik zoek een boek’: het favoriete boek van keramiste Tinne Debruijne.

Tinne Debruijne is een hedendaagse Belgische keramiste, woonachtig in de Verenigde Staten. In 2002 volgde Tinne een eerste opleiding rond keramiek. De passie voor klei liet haar niet meer los en in 2007 besloot zij haar werk als webdesigner in België achter te laten en verhuisde zij naar de USA. Daar kreeg zij de unieke kans om haar eigen studio te starten en zo dagelijks te werken aan haar grootste hobby. Tinne Debruijne exposeert permanent in Galery 555 in Washington D.C.. In juni 2010 was haar werk te bezichtigen in Galery Lulo in California, in november 2010 neemt zij deel aan de Art Craft Show 2010 in het Philadelphia Museum. Onlangs werd zij geselecteerd met haar gepersonaliseerde urnes en memoryboxes op de Biënnale van de keramiek 2010 Vallauris, Frankrijk. Neem zeker een kijkje op haar bijzonder mooie website www.tinnedebruijne.be.

Ik vroeg Tinne een tijdje geleden naar haar favoriete boek. “Leuke vraag,” zo reageerde ze, “maar ook moeilijke vraag.Ik vertrek net op vakantie, ik zal er daar eens diep over nadenken.” En dat deed ze. Hier volgt het favoriete boek van Tinne Debruijne.

Toen Petra me vroeg om mijn favoriete boek te bespreken dacht ik meteen: “Oh, geweldig, ik ga “De som der dagen” doen van Isabelle Allende. Of nee ik doe: “Het winterpaleis” van John Boyne. Een beetje later dacht ik: ”Nee, ik doe “De vliegeraar” van Khaled Hosseini (waarvan er overigens een prachtige verfilming bestaat). Daarna volgde nog een reeks boeken en toen werd het een dilemma. “Welk boek ga ik nu uiteindelijk bespreken?” Dat heb je als je een verslaafde kettinglezer bent, je hebt al teveel moois gelezen.


Mijn keuze viel uiteindelijk op “Schaduw van de wind”, een roman geschreven in 2001, door de Spaanse schrijver Carloz Ruiz Zafon. Een veel besproken en bekritiseerd boek met uiteenlopende meningen. Hij won er verscheidene internationale prijzen mee.

Het verhaal speelt zich af in het Barcelona net na de Spaanse burgeroorlog. Daniel, een jongen van 10 jaar, wordt door zijn vader meegenomen naar “het Kerkhof der vergeten boeken”. Hij mag daar één boek uitkiezen dat hij de rest van zijn leven moet beschermen. Hij kiest voor “Schaduw van de wind” van Julián Carax. Hij leest het boek vol ontzag in één keer uit. Al snel ontdekt hij dat dit niet het enige boek is van Carax, een schrijver wiens leven gehuld is in mysterie. Hij raakt zo geboeid dat hij meer wil lezen van deze schrijver maar hij is niet alleen, er is nog een persoon die alle boeken van Carax wil bemachtigen. Het is dan ook deze zoektocht, die ongeveer jaar 10 duurt, vol kleurrijke personages en mysterieuze verhaallijnen, die het zo boeiend maken

Wat ik zo bijzonder vond aan dit boek is juist dat het over de liefde voor boeken gaat. Als boekenliefhebber geeft dit een extra dimensie. Ook het feit dat het zich afspeelt in de straten van het prachtige Barcelona is een mooi gegeven. Een echte warm aanbevolen aanrader voor op vakantie!

Volgende maand in mijn boekenreeks ‘Ik zoek een boek’: professor psychologie Rik Willemaers.

%d bloggers liken dit: