In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was..

‘Lola’ van The Kinks.

Er zijn zo van die momenten die je niet kan vergeten. Eén beeld, het juiste woord, hetzelfde liedje en alles komt terug. Een film speelt opnieuw voor je ogen af. En hey, wie maakt dat niet eens mee?

Mijn blog is er niet om mijn leventje op het net te gooien. Mijn mama leest waarschijnlijk mee, een oude vriend, een volslagen onbekende, en misschien wel jij, waarvan ik het totaal niet had verwacht. Daarom spreek ik in een soort van “codetaal”. Een taaltje waar ik me goed bij voel. En als je dan toch alles zou willen weten, kan je het me altijd vragen, zo recht in mijn gezicht.

En zo’n verhaal schrijf ik gemakkelijk in gedachten. Zo’n vertelsel komt helemaal vanzelf als ik hoor wat ik laatst hoorde. Een liedje uit de 1970, ‘Lola’ van The Kinks. Vroeger had je van die fuiftenten. Mijn vroeger, dat zijn de jaren 90, de jongvolwassenen van nu aten toen hun eerste fruitpapjes. Wat vliegt de tijd. En in dat vroeger ging je fuiven van half 10 tot 1 uur ’s nachts. En zo wou het wel eens lukken dat je, in die kostbare uurtjes in en rond de fuiftent, de tijd van je leven had. Of dat voelde dan toch even zo, al begon nog maar net dat hele leven.

‘Lola’ werd gedraaid in zo’n fuiftent van vroeger, loeihard zoals het moet als je zo jong bent als ik was. Een houten planken vloer van hooguit 10 vierkante meter, volgepropt met mensen, warm en uitbundig, losgeslagen. En hoe vol de tent ook zat, hoe klein de dansvloer ook leek, ik had alle ruimte van de wereld. Mijn haren draaiden in het rond, waterdruppels liepen over mijn voorhoofd, mijn zwarte bottines waren een weerspiegeling van mijn zelfzekerheid en kracht. Een gevoel van oppermacht, het gevoel van alles kan vandaag, alles mag. Een vriendin leek even vermist, met een gekke gast naar buiten. Maar even later werd ze teruggevonden en alles was weer ok. ‘Lola’ ging verder, loeihard, warm, heet, losgeslagen. Wat een warrige avond, maar nu weer glashelder met ‘Lola’ op de radio.

En het was toen dat ik zo prompt besloot daar midden op de dansvloer, weloverwogen een uitspraak deed tegen mezelf, met vreemde handen op mijn rug en The Kinks door de boxen, “ik blijf voor onbepaalde tijd een vrijgezel, dit is het leven, dit is de ultieme kick”. Ik zwiepte nog eens met mijn haren, dronk nog wat Mazout en zag dat alles heel goed was zoals het was.

Al kon ik op die avond toch niet weten dat ik welgeteld 14 dagen later mijn man zou leren kennen, de liefde van mijn leven. De man waarmee ik huisje, tuintje, boompje zou doen. Heel eenvoudig en perfect gelukkig.

En zo zal ‘Lola’ van The Kinks voor altijd nostalgie blijven. En misschien maar goed ook.

Advertenties

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was..

Carolientje en Kapitein Snorrebaard

Wat een eenvoud, wat een nostalgie. Het kleine meisje met vlechtjes in het haar, een rode salopette en een duikbootje onder de arm, Carolientje. Begin jaren 80 één van de populairste Vlaamse kinderseries op het scherm.

Op de grens tussen fantasie en werkelijkheid, kroop het jonge meisje Carolientje aan boord van de boot van Kapitein Snorrebaard. “Waar gaan we vandaag naartoe?” was haar eerste vraag. Ze zochten ijsberen op, kabouters en pinguïns. Ze vlogen naar de maan en verkenden Sprookjesland.

Carolientje werd gespeeld door de toen 13-jarige Ann Ricour. Kapitein Snorrebaard was haar vader Paul Ricour, later nog bekend als Pol uit Merlina en Postbus X.

In het totaal werden er maar 26 afleveringen gemaakt. Na enkele gastrolletjes in Merlina en Postbus X, kwam Ann bij Tik Tak terecht. Later studeerde ze regie assistente aan het RITS in Brussel en werkte ze achter de schermen van fictiereeksen zoals Windkracht 10 en FC De Kampioenen.

Het o zo bekende lange introliedje werd geschreven door Bob Davidse en ingezongen door Louis Neefs in 1979, kort voor zijn overlijden in 1980. Carolientje droomde weg langs de Mercator in Oostende, de Japanse toren in Brussel en liet haar bootje varen vlak voor het cultureel centrum van Strombeek-Bever. Beelden waarvan het lijkt alsof ze nooit van het scherm zijn weggeweest…

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was..

De liefdesbrief

Ik schreef er honderden. Korte brieven, kaartjes, frommelpapiertjes. Maar ook uitgebreide liefdesverklaringen, zorgvuldig gekozen woorden, in alle intimiteit op papier vastgelegd. Een terugblik op een onvergetelijk samenzijn, een vooruitblik naar alweer een onuitwisbaar weerzien.

Woorden vloeien als je vanuit je emoties schrijft. Mooi, onwerkelijk perfect, voor altijd en nooit te vergeten. De liefste, de enige, het grote lot. Graag zien, vasthouden in maanlicht, bij zonsopgang. Een kaarsenvlam, het rood van de liefde, kriebels in buik en tenen. Duizenden woorden als vanzelf op dat papier.

En dan de brief opsturen, verstoppen, geven net voordat je afscheid neemt. Wachten op reactie, op antwoord, op een nieuwe brief exclusief voor jou. Wat een opwinding, wat een vuur, in de brieventas van de postbode. En wat een ontlading dan bij het lezen van je eigen naam op een witte envelop.

Maar hoe is het nu nog met de liefdesbrief? Hoeveel jongeren zouden in de tijd van mail en sms nog gaan zitten aan hun bureau, hun lege blad papier bestempelen met rozenblaadjes en plechtig neerschrijven ‘Allerliefste lieveling,’? Ik vraag het me wel degelijk af.

Het is nu eenmaal zo dat het overbrengen van (liefdes)boodschappen tegenwoordig voornamelijk beperkt blijft tot zinnetjes zoals: Straks mee nr film? 😉 of ‘zie u graag xxxxx’. Op het internet vind je allerlei sites die de originele brief in de envelop, van de postbode gekregen, proberen te promoten. Met Valentijn voor de deur, slaat men je om de oren met allerlei tips, leidend naar de allerbeste liefdesbrief. Ook zijn er tips om je ineens te ontpoppen tot dichter, kwestie van je partner een verborgen kant van jezelf te laten zien… Talloze gedichten en liefdesverklaringen kan je natuurlijk ook zomaar van het net plukken, alsof het kwam recht uit jouw hart.

Kijk even mee op deze op z’n minst opvallende websites…

– Maak het even ingewikkeld. Vijftien tips voor de perfecte liefdesbrief. romantischcadeau.nl

– Goed kunnen tellen is een mooi begin. Vergeet naast het invullen van de naam van je geliefde ook niet de telfouten eruit te halen, aub! romantischcadeau.nl

– Sms gedichtjes, als zelfs daar de inspiratie ontbreekt. smsgedichten.nl

– Pluk niet zomaar een tekst van het internet, ook al staat hij bij ‘liefdesgedichten’. Lees hem eerst grondig en oordeel of hij van toepassing is op jouw relatie! liefdesgedichten.net

– Creatief Schrijven ging in 2010 op zoek naar 1001 liefdesbrieven. Via de website kon je teksten insturen. De beste brieven werden gebundeld in boekvorm ‘1001 Liefdes. De mooiste liefdesbrieven’ , uitgegeven bij De Bezige Bij Antwerpen. De 15 beste pronken op de website. Liefdesbrieven op niveau, als je het mij vraagt. blog.creatiefschrijven.be

En ik, ik ben ook zo’n ouderwetse tante die niets boven de charme van een handgeschreven briefje stelt. Geen tekens, afkortingen en vastgelopen mails, maar doorstreepte woorden, een herbruikte postzegel, een hartje geknipt van rood papier. En bovenal eigen woorden. Geen gekopieerde teksten, geen geforceerde rijmpjes, alleen maar eigen woorden. En dat komt goed.

Dus waarom niet op Valentijn leuk nostalgisch doen en teruggrijpen naar de originele liefdesbrief? Een wit papier, een vulpen en een rode envelop. En dat komt goed.

Nostalgie en zo: Speelgoed.

december 3, 2011

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was…

Speelgoed van toen.

De verlanglijstjes van mijn twee beste vrienden liggen vanavond bij de haard. Krom gebogen van de lijm, volgeplakt met allerlei uiteenlopende attributen voor een nieuw speeljaar. Volledige reclamefolders werden aan flarden geknipt, sommige bladzijden in hun geheel uitgescheurd wegens te veel leuks om alles afzonderlijk uit te knippen… Het resultaat is een chaos van kleuren, prijzen en druk geweld. Racewagens concurreren met stoomtreinen, Lego domineert Playmobil en Piet Piraat wint dit jaar de strijd van Kaatje en Kamiel. Ik sta erbij en kijk ernaar. En ik kan het niet verhelpen. Ik denk aan mijn verlanglijstje van meer dan 25 jaar geleden. Wat een verschil. Wat een nostalgie.

Zoals het circus van Playmobil… Toen…

En nu…

Of de speelgoedtelefoon… van toen…

En van nu…

De knuffelbeer… van vroeger

Of van vandaag…

En tot slot de populaire Lego… van vroeger…

En van nu…

Voorzichtig plooi ik de verlanglijstjes op en leg ze in een kast die alleen Sinterklaas vinden kan. Hij is dan ook de enige op aarde, die aan de tand des tijds altijd zal weerstaan…

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was…

Mijn bompa

Na nostalgie naar cassettebandjes, landkaarten en allerlei, vertel ik vandaag een eigen verhaal. En het is niet van mijn gewoonte, sterker nog ik behoed mezelf ervoor, om een stukje, al was het maar een fractie van mijn persoonlijk leven op het internet te gooien. Maar hey, hoe kan ik op een dag zoals vandaag zoeken naar een ander, banaal voorwerp van nostalgie? Nostalgie is missen, missen met een glimlach. Wel, vandaag mis ik met een glimlach, mijn bompa.

Mijn bompa was mijn overgrootvader, al had ik het generatieconcept toen nog niet zo duidelijk begrepen. Hij woonde bij mijn bomma en peter in (mijn grootouders), en dat leek me perfect normaal. Ze leken me allemaal even oud, al had mijn bompa altijd beduidend meer tijd.

Hij sliep alleen in een heel groot bed. In het blinkende hout van zijn immense kleerkast, kon ik mezelf zien. En hem ook. Ik was veel kleiner dan hij. Beweeglijker ook, maar dat gaf niets. Er hing ook een oude spiegel en enkele schilderijtjes tegen het lichtgestreepte behangpapier. Veel kwam ik niet op zijn kamer. Meestal zaten we naast mekaar in de gladlederen zetel van mijn bomma. En tot op de dag van vandaag, vraag ik me nog altijd af wat we daar altijd maar zaten te doen.

Ik was een energiek kind, veel praten, lachen en vertellen. Hij was rustig, zonder veel woorden, geduldig ook en slim. Beresterk, reusachtig groot, met een hele zachte stem. Een stem, waarvan ik na al die jaren nog klanken kan horen, als ik hard probeer. Soms kon hij boos worden, of praten met moeilijke woorden. Maar als hij dan weer naast mij zat, verscheen opnieuw zijn toegevende gezicht, met een beetje nog dat grijze haar, waar ik, gek genoeg, nooit aan durfde te raken.

Eén keer bleef hij logeren, onverwacht. Omdat ik zo hard had gezaagd en ermee dreigde hem nooit meer los te laten. Ik was toen zes. Hij wandelde met mij naar school, en terug naar huis. Ik praatte ononderbroken en hij was ononderbroken stil. Thuis zat ik naast hem in de stoffen zetel van mijn mama. En tot op de dag van vandaag, vraag ik me nog altijd af wat we daar altijd maar zaten te doen.

Ik heb dan nog twee beelden, onuitwisbaar, maar ondertussen wel begrepen. Mijn papa die aan mijn bompa sleurt, hem probeert te draaien in een smal bed, vlakbij de keuken. Een schreeuw van pijn. En even later mijn mama die me vraagt: “Wil je nog iets tegen bompa zeggen?” Met mijn jas al aan, draai ik me terug naar hem. Wat zou ik nog moeten zeggen? In een moeilijke taal, die ik amper kon verstaan, brabbelde hij wat woorden. Ik vond het gek, maar niet zo erg. Tot ik, tot mijn kleine vreugde, toch iets kon begrijpen: “Leer maar goed.” Ik knikte en lachte nog een laatste keer.

Hij werd tachtig, ik zeven. Dat is een lang gemis.

Tot op een dag iemand tegen mij zei: “Weet je aan wie jouw man mij doet denken?” Verbaasd keek ik op. “Aan jouw bompa, zo rustig, zo sterk, zo groot en zo zacht.” En zo zie je maar, wat je graag ziet, kan nooit stoppen.

Hij werd tachtig, ik zeven. Dat is een lang gemis. Maar ik mis met een glimlach.

Nostalgie en zo: REM

oktober 1, 2011

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was…

REM, of hoe snel je in nostalgie kan vervallen…

Amper tien dagen geleden liet de Amerikaanse indierockband REM aan de hele wereld weten dat ze er mee ophouden. Na 31 jaar van experimentele rock verdwijnen dus Michael Stipe en de zijnen voorgoed van het podium. Ongevraagde reacties over dat plotse afscheid kwamen ineens vanuit alle hoeken en de meningen waren heel uiteenlopend. De echte fans zaten uiteraard in zak en as, anderen riepen met veel lawaai dat REM een altijd zwaar overschatte band was geweest. Ja, er is op tien dagen tijd al heel wat over en weer gepend… En ik, ik hoor het nieuws, ben vijf minuten licht bedroefd, waarna ik REM spontaan in mijn hoofd klasseer, meer bepaald in het laadje van de N, Nostalgie en zo.

Ik leerde REM kennen in 1991. Ik was toen twaalf en in die tijd heel druk bezig met het proberen leuk te vinden van bands zoals Pearl Jam en Nirvana. Eddie Vedder zou ongelooflijk knap zijn (zo hoorde ik op school) en Kurt Cobain moest je gewoon het einde van de wereld vinden als je erbij wou horen. Het was dan ook in die dagen dat ik meermaals de muziekzender MTV opzette. Ik wou zo graag ook maar één woord verstaan van wat Kurt Cobain zong, de tekst vanbuiten leren, zoals ik voordien al deed met liedjes van Eric Van Eygen en Sanne of Bart Kaël… , en mezelf eindelijk een fan noemen van meest alternatieve bands aller tijden…

Maar terwijl ik probeerde en probeerde, stootte ik op een uitzending van MTV Unplugged van REM. Helemaal ondersteboven was ik van de verschijning, de stem en de muziek van die onbekende zanger op het krukje. Wat een natuurlijke charme, wat een rust, wat een uitstraling! Ik was helemaal verkocht. Later ging ik op onderzoek uit en ontdekte dat hij Michael Stipe heette, de band REM en dat ‘Losing my religion’ in allerlei hitparades regeerde als dé nummer één.

Het logische vervolg was natuurlijk dat de CD ‘Out of time’ al snel de mijne was en ik het hele arsenaal aan liedjes verwoed vanbuiten begon te leren. ‘Automatic for the people’ volgde, even later de oranje CD ‘Monster’. En als iemand me vroeg van welke band ik fan was, antwoordde ik met enige fierheid: “REM.” Want dat bleek ook best wel cool te zijn…

Mijn liefde voor Michael Stipe en zijn band bleef voortduren, tot ik in 2004 voor het eerst een live concert bijwoonde in Antwerpen. Ik kwam er terecht in een grote show, met veel licht, veel kleur en behoorlijk veel lawaai. De ingetogen, lieve zanger met het mooie hoedje van op mijn tv stond vooraan op het podium te roepen, te dansen en vooral blij te zijn met zichzelf. Het beeld wat ik had van REM viel als een kaartenhuisje in mekaar, snel en genadeloos.

Met enige nostalgie kijk ik dus terug naar de doorbraakjaren van REM en nu nog zing ik vol overtuiging elke hit op de radio uit volle borst mee. Maar dat Michael Stipe zich terugtrekt van de podia kan me weinig deren. Ik denk dat hij ondertussen wel genoeg lof heeft genoten.

Hieronder kan je kijken naar twee filmpjes van REM. Eentje van MTV Unplugged (1991), het andere van een optreden uit 2008. Let op het verschil, dan weet je vast wat ik bedoel…

En voor wie het zich afvraagt… Ik laat geen traan om Kurt Cobain en Eddie Vedder hing nooit boven mijn bed, maar potverdikke, die bands waren of zijn toch ook niet slecht!

In het begin van elke maand ga ik op zoek naar een stukje nostalgie. Ik roep herinneringen op en laat mijn pen de vrije loop… Aan jou om een stukje mee te duiken in wat vroeger eens was…

Het cassettebandje.

Bijna vijftig jaar geleden werd door Philips in Hasselt het allereerste cassettebandje of muziekcassetje op de markt gebracht. Dit doosje, waarin een magneetband dienst deed als geluidsdrager, werd al snel immens populair. Deze hype viel natuurlijk niet in goede aarde bij platenmaatschappijen, want vanaf nu kon iedereen zelf muziek opnemen.

Cassettespelers werden geïntroduceerd om cassetjes af te spelen, vooruit- of terug te spoelen. Met een cassetterecorder kon je lege cassettebandjes vullen met je favoriete muziek door op te nemen van radio of grammofoonplaat. Een liedje opnemen van de radio vereiste wel de nodige nauwkeurigheid. Meestal werd het liedje niet volledig uitgespeeld en bestond de uitdaging erin nét voor de woorden van de presentator op ‘stop’ te klikken. Werkelijk tot je bandje het opgaf, kon je verschillende liedjes over elkaar opnemen. Achtergrondgeluiden, zoals mama in de keuken, werden als vanzelf één met je muziek, want ook deze werden opgenomen. Dat ging soms zover dat twintig jaar later sommige songs nog altijd leeg klinken zonder het geluid van de kletterende ketels.

Nu en dan gebeurde het dat de magneetband dubbel zat of was geplooid. Mits enig gepruts was dit euvel meestal snel verholpen. Storend gekraak in je muziek daarentegen betekende vaak het einde van je cassetje.

Je kon ook je eigen woorden, verhalen en teksten opnemen. Dit leidde soms tot snel te vergeten nonsens, maar soms ook tot kostbare anekdotes. Zo baseerde cabaretier Wouter Deprez zich voor zijn radioreeks over de eerste wereldoorlog (Radio 1, november 2010) onder andere op ingesproken verhalen van een opa, oud-strijder Jules Leroy, die een cassettespeler van zijn kleinzoon cadeau kreeg.

Hoe zagen ze er ook alweer uit, die allereerste cassettebandjes? Op www.tapedeck.org kan je modellen bekijken uit de jaren ’60, ’70, ’80 en ’90! Helemaal vanzelf zal je in nostalgie vervallen…

%d bloggers liken dit: